kolibrievlinder

Kolibrievlinder gespot

Kolibrievlinder
Kolibrievlinder

Wandelend door de tuin zag ik een kolibrie! Althans, dat dacht ik. Er bestaan toch helemaal geen Kolibrie soorten die in Nederland leven? Is er misschien 1 ontsnapt uit een dierentuin? Toch maar even googlen. Daar kreeg ik al snel de optie “Kolibrievlinder” te zien. Dat moest het wel zijn! De foto’s die ik tegenkwam toonden een prachtig diertje met een zwart/witte staart en oranje vleugeltjes. Die had ik gezien in mijn tuin!

Hier wat informatie over de kolibrievlinder:

De kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum) is een dagactieve nachtvlinder. De vlinder beschikt over een lange tong en is in staat om stil te hangen in de lucht bij een bloem tijdens het opslurpen van nectar. Omdat de kolibrie ook over deze eigenschappen beschikt, heeft deze vlinder de naam kolibrievlinder gekregen.

De spanwijdte is ongeveer 4 tot 6 centimeter. De voorvleugels zijn grijsbruin, de ondervleugels zijn oranjegeel. Aan de brede staart zitten zwarte en witte plukken haar. De vlinder kan vrijwel het gehele jaar worden waargenomen, maar vliegt vooral in augustus en september.

Het leefgebied strekt zich uit van Noord-Afrika, Europa en via China tot Japan. De kolibrievlinder is als trekvlinder regelmatig te zien in de Benelux. In de zomers van 2005 en 2006 is hij hier zelfs massaal waargenomen.

De tot 5 centimeter lange rups is groen of bruin met een witte en een gele streep van de kop tot de staart, en is hij met vele kleine stipjes overdekt. De stekelpunt is geel. De Kolibrievlinder leeft vooral van walstrosoorten, maar ook van meekrap (Rubia tinctorum), vandaar dat de vlinder ook wel meekrapvlinder genoemd wordt. De cocon is geelbruin met een opvallende grote ‘kop’.

Nectarplanten als voedsel voor kolibrievlinders

Vlinders zijn verzot op nectar. Die nectar vinden ze in bloemen. Planten hebben er alle voordeel bij veel insecten aan te trekken omdat die instaan voor hun bestuiving. Om zoveel mogelijk vlinders aan te trekken halen bloemen een hele trukendoos boven: met kleuren, vormen en hoogtes trachten ze vlinders naar hun bloemen te lokken.

In de natuur zijn heel wat planten uitgesproken vlinder- en bijenplanten. Een deel ervan kan zonder meer in tuinen worden toegepast. Het overgrote deel word zeer gewaardeerd door de kolibrievlinder. Om er een aantal te noemen:

Heesters en klimheesters: hazelaar, klimop, liguster, ribes, botanische rozen, sleedoorn, sneeuwbes, kamperfoelie, zuurbes, heidesoorten.

Bloeiende kruiden: vooral sterk geurende kruiden, zoals tijm, lavendel, munt, hysop, salie, rozemarijn en marjolein worden veel door kolibrievlinders bezocht.

Vaste planten: dotterbloem, ereprijs, gele dovenetel, kaasjeskruid, kattenkruid, klokjesbloemen, longkruid, ooievaarsbek, vetkruid, wilgenroosje.
Dit zijn echte inheemse planten, maar hun gekweekte soortgenoten zijn vaak net zo vlinder- en bijvriendelijk.

Aan de top van het lijstje vlindervriendelijke siertuinplanten staat natuurlijk de echte vlinderstruik (Buddleja davidii) met z’n grote trossen bloemen in augustus aan de einden van de twijgen. Prachtplanten zijn het. Snoei ze ieder voorjaar kort en ze houden maat. Ze vormen dan zelfs meer bloeitakken.

De roze zonnehoed (Echinacea purpurea) met zijn bolle, oranjebruine hart zijn van juli tot september ook kolibrievlinder-trekkers. In augustus-september fungeert de hemelsleutel (Sedum spectabile) met zijn dikke lilaroze, witte of zelfs donkerrode (‘Septemberglut’) bloemschermen als grand café voor massa’s vlinders, die bijna dronken worden van de zoete nectar uit de bloemen.

Asters, vooral de lage kussenasters (Aster Dumosus Groep) zijn planten die tijdens de bloei (augustus-oktober) overdekt kunnen zijn met bloemen én met vlinders.

Ook op de bergamotplant (Monarda) – je weet wel, de plant die de smaak aan Earl Grey-thee geeft – zijn vlinders en bijen gek op als de planten bloeien (juli-augustus).

Voor wie in de tuin graag wat exotische kleur uit hybride bloemen heeft, vormen zinia’s een ideale nectarbron voor vlinders. Zinia is een forse plant 50-75 cm hoog die overvloedig bloeit met grote bloemen (5-10 cm) in een variatie aan kleuren van eind juli tot aan de eerste vorst. Veel van de grotere vlinders blijven in de nazomer en het najaar dagen drinken van deze planten: atalanta, dagpauwoog, distelvlinder, koninginnepage, koolwitjes, gamma-uil, zandoogjes, luzernevlinder en uiteraard de kolibrievlinder, … ze zijn er allemaal gek op.

Nog meer planten die uitblinken in het aantrekken van (dag)vlinders

Op droge grond:

-Beemdkroon (Knautia arvensis)
-Vetkruidsoorten zoals hemelsleutel, tripmadam of muurpeper
-Dropplant of Anijsplant (Agastache foeniculum)
-Kattenkruis (Nepeta cataria)

Op vochtige grond:

-Koninginnesleutel (Eupatorium Maculatum)
-Grote kattestaart (Lythrum salicaria)
-Herfstaster (Aster laterifolius of Aster novi-belgii)
-Blauwe knoop (Succisa pratensis)
-Zilverkaars (Cimicifuga simplex)

Het is je misschien al gaan dagen, niet alle vlinders lusten alle soorten nectar even graag. Om verschillende vlindersoorten naar je tuin te lokken, kun je best voor verschillende soorten nectarrijke planten kiezen. Zet planten van eenzelfde soort in kleine groepjes bij elkaar. Zo zijn ze gemakkelijker te herkennen voor vlinders.

Bereikbare nectar

Kolibrievlinders hebben een lange roltong. Hiermee kunnen ze tot heel diep in bloemen nectar gaan snoepen van bijvoorbeeld lavendel en salie. Planten met gevulde bloemen vormen echter een probleem. Gevulde bloemen zijn meestal het gevolg van kunstmatige selectie van planten. Hierbij wordt geselecteerd op bloemen waarvan de meeldraden omgevormd zijn tot kroonblaadjes. Door al die kroonblaadjes kunnen de vlinders niet meer tot bij de nectarbronnen. Doordat de overblijvende meeldraden verstopt zitten tussen de vele kroonblaadjes zijn die bloemen ook voor vlinders minder interessant.

Zorg er ook voor dat er nectar in jouw tuin te vinden is van in het vroege voorjaar tot in de late herfst. Tijdens de zomermaanden vinden vlinders genoeg voedsel, maar de vroege vlinders zoals kleine vossen en de late vlinders zoals atalanta’s en dagpauwogen hebben soms moeite om voldoende te eten te vinden.

In het voorjaar zijn wilg, sleedoorn, peperboompje en hazelaar belangrijke nectarleveranciers, evenals kruidachtige planten zoals groot hoefblad, longkruid, hondsdraf en krokussen. In het najaar zijn hemelsleutel, koninginnenkruid, laatbloeiende vlinderstruiken en klimop belangrijk.

Rottend fruit

Appels, peren en pruimen die van de fruitbomen gevallen zijn, kun je gewoon op de grond laten rotten. Ze zijn een geliefkoosd toetje voor vlinders zoals de atalanta. Die is verzot op het zoete sap uit rijpe vruchten. Wie zo’n vlinder eenmaal het sap uit een overrijpe druif heeft zien drinken vergeet dat nooit meer. Sommige vlinders drinken zelfs helemaal geen nectar, en leven enkel van sap van bomen en rottend fruit!
De bloemen van braam, framboos en aardbei zijn een favoriete nectarbron voor het oranje zandoogje, de gehakkelde aurelia en diverse blauwtjes. Blauwtjes voeden zich ook met nectar van peulvruchten, zoals de erwt en de tuinboon. Op doorgeschoten radijzen komen ook heel veel vlinders af.